Deze tijdlijn laat stap voor stap zien hoe de Rijksoverheid werkt aan de voorbereidingen voor de bouw van de eerste twee grote kerncentrales.
Op de tijdlijn staat:
-
wanneer belangrijke besluiten zijn genomen;
-
welke onderzoeken zijn uitgevoerd;
-
hoe inwoners en andere betrokkenen konden meedenken.
De tijdlijn geeft een overzicht van het hele proces in aanloop naar het voorlopig locatiebesluit: van politieke afspraken en technische onderzoeken tot participatie. Daarmee kunnen inwoners, bestuurders en andere betrokkenen het proces beter volgen en begrijpen. De tijdlijn is opgesteld door het ministerie van Klimaat en Groene Groei om dit besluitvormingsproces transparant en navolgbaar te maken.
Tijdlijn nieuwbouw kerncentrales
21 januari 2026: Het ministerie van Klimaat en Groene Groei gunt een contract na een openbare aanbesteding. Het contract bestemt voor de inzet van een Technical Support Organisation (TSO) die de voorbereidingen en bouw van de twee nieuwe kerncentrales ondersteunt.
De opdracht is gunt de opdracht aan NEXUS-NL, een consortium dat bestaat uit:
- Amentum Clean Energy Limited (consortiumleider).
- Arcadis Nederland B.V.
- Tractebel Engineering B.V.
- NRG PALLAS B.V.
Na de oprichting van Nucleaire Energie Organisatie Nederland (NEO NL) ondersteunt het consortium de organisatie met technische en organisatorische expertise.
22 januari 2026: In het derde advies geeft de gebiedsverbinder Knops een tussentijds verslag van het proces rond het Rijk-Regiopakket in Zeeland.
Knops adviseert om snelheid, samenhang tussen projecten en duidelijke communicatie te behouden in de aanloop naar het locatiebesluit (het ontwerp-Voorkeursbeslissing). Daarnaast stelt hij voor om NEO NL tijdig te betrekken bij de verdere uitwerking van de afspraken na de locatie- en technologieselectie.
30 januari 2026: Het kabinet Jetten presenteert het coalitieakkoord 'Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland'. In het akkoord zet het kabinet in op de bouw van ten minste vier nieuwe kerncentrales. Dit kunnen zowel grote en ook kleine modulaire kernreactoren (SMRs) zijn.
7 februari 2026: Het ministerie van Klimaat en Groene Groei presenteert de definitieve Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) (ofwel het onderzoeksplan) voor de bouw van twee nieuwe kerncentrales. In het vervolgonderzoek onderzoekt het ministerie 7 locaties in 4 gebieden: het Sloegebied, Terneuzen, Maasvlakte II en de Eemshaven.
Na vaststelling van de NRD worden het plan-MER en de Integrale Effectenanalyse (IEA) opgesteld en samen met de ontwerp-Voorkeursbeslissing ter inzage gelegd. Naar verwachting volgt na de zomer van 2026 een voorlopig locatiebesluit.
Beeld: © Sander Foederer
9 februari 2026: De adviesgroep Sluis-Terneuzen biedt de voorwaarden voor het Rijk-Regiopakket aan demissionair minister Hermans van Klimaat en Groene Groei. De adviesgroep, bestaande uit inwoners, ondernemers, raadsleden en belangenorganisaties uit Zeeuws-Vlaanderen, legt in een rapport vast welke maatregelen nodig zijn om de kwaliteit van wonen, werken en leven in de regio te versterken bij de mogelijke bouw van kerncentrales.
Het voorlopige pakket wordt naar verwachting tegelijk met het voorlopige locatiebesluit over de locatie van de kerncentrales gepubliceerd.
Beeld: © NEO NL
17 februari 2026: het ministerie van Klimaat en Groene Groei maakt in een Kamerbrief bekend dat Nucleaire Energie Organisatie Nederland (NEO NL) is opgericht. NEO NL is een staatsbedrijf dat verantwoordelijk is voor de voorbereiding, bouw en exploitatie van de eerste twee nieuwe kerncentrales in Nederland.
De organisatie krijgt de vorm van een beleidsdeelneming met het ministerie van Klimaat en Groene Groei als enige aandeelhouder. NEO NL voert het traject uitvoeren van voorbereiding en selectie van de technologieleverancier tot de bouw en uiteindelijke exploitatie van de centrales.
Meer informatie over NEO NL en haar werkzaamheden is te vinden op de nieuwe website van de organisatie: www.neonl.com.
18 februari 2026: Het ministerie van Klimaat en Groene Groei publiceert een geactualiseerde overzichtskaart van nationale energieprojecten in Zeeland. De kaart toont hoe verschillende grote energieprojecten ruimtelijk met elkaar samenhangen, waaronder de mogelijke bouw van twee nieuwe kerncentrales, de aanlanding van windenergie op zee (programma VAWOZ) en de 380 kV-netverzwaring in Zeeuws-Vlaanderen.
23 februari 2026: Het kabinet-Jetten treedt aan, gevormd door D66, VVD en CDA. De minister-president wordt Rob Jetten.
Binnen het ministerie van Klimaat en Groene Groei wordt Stientje van Veldhoven benoemd als minister, met Jo-Annes de Bat als staatssecretaris. Zij zijn verantwoordelijk voor het klimaat- en energiebeleid, waaronder het programma voor de nieuwbouw van kerncentrales.
Met het aantreden van het nieuwe kabinet wordt het lopende traject voortgezet en worden in de volgende fase besluiten voorbereid, waaronder de ontwerp-Voorkeursbeslissing over de locatie van de kerncentrales.
5 februari 2025: Minister Hermans van Klimaat en Groene Groei (KGG) informeert in een Kamerbrief de Tweede Kamer over de voortgang richting een rijksdeelneming voor de bouw en exploitatie van nieuwe kerncentrales.
Waarom een deelneming
De minister stelt dat publiek aandeelhouderschap op dit moment het meest realistische instrument is: marktpartijen zijn op dit moment niet bereid een kerncentrale volledig voor eigen risico te bouwen en te exploiteren, ook niet met stevige overheidssteun. Een deelneming moet publieke belangen (energiezekerheid, betaalbaarheid, veiligheid en bedrijfsvoering) beter borgen.
Voorkeursstructuur: houdster met werkmaatschappij(en)
De minister kiest voor een houdstermaatschappij met daaronder één of meer werkmaatschappijen die de bouw en ingebruikname voorbereiden, contracteren en uitvoeren. Deze structuur zorgt voor duidelijke bedrijfsvoering en risicoscheiding, flexibiliteit om later (deels) private investeerders toe te laten treden en bundeling van de staatsrol bij het ministerie van KGG.
Afwegingskader en criteria
In het voorlopig afwegingskader motiveren de documenten langs de Nota Deelnemingenbeleid 2022 dat markt en regelgeving alleen onvoldoende zijn om de gewenste kernenergiecapaciteit te realiseren (lange doorlooptijd, risico’s, systeemvoordelen die niet in private businesscases landen). Een tweede bijlage werkt de criteria en randvoorwaarden uit en licht toe waarom varianten via bestaande partijen (zoals EBN) minder passend worden gevonden.
Vervolg: projectorganisatie en samenloop andere sporen
Parallel wordt een projectorganisatie opgebouwd (met het voornemen die buiten het ministerie te positioneren) om expertise aan te trekken en opdrachtgever/opdrachtnemer te scheiden. De brief benoemt ook de samenloop met verkennende gesprekken over EPZ Kerncentrale Borssele.
Definitieve keuzes over de deelneming hangen samen met latere besluiten over het Government Support Package, staatssteun en techniekselectie.
11 februari 2025: In de kamerbrief geeft het kabinet een toelichting op de positie van de locatie Eemshaven binnen het locatieonderzoek voor twee nieuwe kerncentrales. De toelichting volgt op een juridisch advies van de Landsadvocaat, gevraagd naar de mogelijkheid om Eemshaven op voorhand uit te sluiten.
Uitsluiten Eemshaven
In een motie uit 2021 spreekt de Tweede Kamer al uit dat er geen kerncentrale in Groningen mag komen en dat Eemshaven als mogelijke locatie moet worden geschrapt, mede vanwege de aanhoudende gevolgen van gaswinning en aardbevingen. In maart 2025 bevestigt de Kamer dit standpunt opnieuw met een motie waarin zij zich weer uitsprak tegen bouw bij de Eemshaven.
De Landsadvocaat concludeert dat het niet met voldoende zekerheid mogelijk is Eemshaven vooraf uit te sluiten zonder groot juridisch risico. Alle mogelijke alternatieve locaties moeten namenlijk gelijkwaardig worden onderzocht. Het kabinet acht dat risico doorslaggevend: het niet onderzoeken van Eemshaven vergroot de kans dat het uiteindelijke locatiebesluit door de Raad van State wordt vernietigd.
Vorvolg projectprocedure
Het kabinet erkent de gevoeligheden in Groningen en blijft in gesprek met provincie en gemeente. Tegelijk bevestigt de brief dat binnen de projectprocedure alle redelijkerwijs te beschouwen alternatieven gelijkwaardig moeten worden onderzocht, ongeacht eerdere politieke uitspraken.
Beeld: © Getty Images
In het kader van het participatieproces organiseert het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) in 2025 meerdere rondetafelgesprekken en informatieavonden met stakeholders uit verschillende gebieden:
- 6 maart 2025 een rondetafelgesprek met stakeholders uit het gebied Maasvlakte (verslag);
- 11 maart 2025 met stakeholders uit Zeeland (verslag);
- 2 juni 2025 met stakeholders uit de Eemshaven (verslag).
Het ministerie spant zich in tijdens deze bijeenkomsten om belanghebbenden, zoals bewoners, bedrijven en andere organisaties, zorgvuldig te informeren en te betrekken bij het proces rond de komst van de kerncentrales en het bijbehorende participatieproces.
17 maart 2025: In de Kamerbrief geeft minister Hermans de stand van zaken van de technische haalbaarheidsstudies (THS) voor de bouw van nieuwe kerncentrales. Drie technologieleveranciers (bouwers): EDF, Westinghouse en KHNP, voeren deze studies het afgelopen jaar uit. Deze brief markeert de afronding van een belangrijke voorbereidende fase.
De technische kennis over haalbaarheid, kosten en bouwtijd is beschikbaar en gebruikt het kabinet voor de volgende stappen richting technologieselectie, financiering en aanbesteding, waarover de Kamer in mei 2025 verder wordt geïnformeerd.
De studies zijn afgerond en worden nog beoordeeld via een onafhankelijke third-party review. Deze toets controleert en valideert de resultaten van de studies. De uitkomsten worden begin mei 2025 met de Kamer gedeeld en vormen een belangrijke basis voor de aanbesteding en de technologieselectie.
Tijdens de afrondende gesprekken geeft KHNP aan zich, om strategische redenen, terug te trekken als mogelijke technologieleverancier voor Nederland.
Dit besluit heeft geen gevolgen voor de voortgang van het project of de resultaten van de studies. EDF en Westinghouse blijven in gesprek met het kabinet over de verdere inpassing van hun technologie.
20 maart 2025: De Tweede Kamer neemt twee moties aan waarin zij het kabinet-Schoof oproept om vaart te maken met de besluitvorming over nieuwe kerncentrales. De Kamer verzoekt om zo snel mogelijk duidelijkheid te geven over de locatie van de eerste twee centrales en om inzicht te bieden in de ruimtelijke inpassing samen met andere energieprojecten, met name in en rond locatie Borssele. Daarnaast verzoekt de Kamer het kabinet nogmaals om versnellingsmaatregelen uit te werken zodat de eerste nieuwe kerncentrale uiterlijk in 2035 in gebruik kan worden genomen.
16 mei 2025: Alle technische haalbaarheidsstudies zijn afgerond en gepubliceerd voor locatie Borssele. De resultaten zijn vervolgens beoordeeld door een onafhankelijke derde partij in een zogeheten Third Party Review (TPR). Deze review verifieert en valideert de aangeleverde informatie en plaatst deze in de bredere context van techniek, programma, kosten en uitvoerbaarheid.
Uit de studies en de TPR blijkt dat:
- de onderzochte ontwerpen in beginsel vergunbaar lijken binnen de Nederlandse veiligheids- en milieukaders;
- op de locatie Borssele aanzienlijke ruimtelijke aanpassingen nodig zijn, waaronder verlegging van infrastructuur en extra ruimte tijdens de bouwfase;
- de bouwtijd van de eerste centrale op zijn vroegst eind jaren ’30 valt;
- de geschatte investering voor twee kerncentrales in een bandbreedte van €20–30 miljard ligt, afhankelijk van de locatie en gekozen ontwerp.
Daarnaast identificeert de review zes belangrijke kosten- en tijddrijvers, zoals transportinfrastructuur, ondergrond, koelwateroplossingen en overstromingsbescherming. Deze inzichten maken het mogelijk om ook andere locaties technisch te beoordelen, zonder voor elke locatie een volledige haalbaarheidsstudie uit te voeren.
De TPR bevestigt dat Nederland technisch in staat is om twee nieuwe kerncentrales te realiseren en dat meerdere technologieën daarvoor in aanmerking komen. Tegelijkertijd laat de review zien dat locatiebestluit, beschikbare ruimte en ontwerp sterk samenhangen met kosten, planning en risico’s.
De uitkomsten van de THS en TPR worden gebruikt:
- als basis voor het opzetten van de technologie-selectieprocedure;
- voor het locatieonderzoek binnen de projectprocedure;
- voor gesprekken met regio’s over een Rijk-regiopakket;
- voor de inrichting van de projectorganisatie die verantwoordelijk wordt voor de uitvoering.
16 mei 2025: Het participatie- en communicatieplan stelt het ministerie van Klimaat en Groene Groei vast. In dit plan legt het ministerie uit hoe inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden worden geïnformeerd en hoe zij kunnen meedenken tijdens het traject voor de nieuwbouw van kerncentrales.
Het plan beschrijft de verschillende vormen van betrokkenheid, zoals wettelijke inspraak, participatiebijeenkomsten en informatievoorziening via websites, bijeenkomsten en webinars. Op basis van dit plan organiseerde het ministerie ook eerder de eerste inloopavonden, informatiemarkten en een webinar.
Het plan bouwt voort op de kabinetsvisie over burgerbetrokkenheid bij de energietransitie en benadrukt dat het duidelijk moet zijn welke keuzes al politiek zijn gemaakt en waar nog ruimte is voor inbreng. Reacties uit de inspraakperiode zijn samengevat en beantwoord in een gezamenlijke reactie en worden betrokken bij het verdere proces.
16 mei 2025: Via de Kamerbrief informeert minister Hermans van Klimaat en Groene Groei de Tweede Kamer over de voortgang van het nieuwbouwprogramma voor kernenergie. Gelijktijdig publiceert het ministerie de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept-NRD) en legt deze ter inzage. Hiermee gaat de projectprocedure een nieuwe fase in: de verkenningsfase, waarin het locatieonderzoek formeel start.
Wat is de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau?
De concept-NRD bouwt voort op het Voornemen en voorstel voor Participatie (VenP) uit februari 2024. De reacties die toen zijn ingediend, zijn verwerkt in de onderzoeksopzet. Waar het VenP het startpunt vormde van de procedure en participatie, vertaalt de concept-NRD dit naar een concreet onderzoeksplan: welke locaties redelijkerwijs worden onderzocht en welke milieu-, veiligheids- en omgevingsaspecten daarbij worden meegenomen.
In de concept-NRD legt het ministerie uit welke zeven locaties in vier gebieden (Zeeland, Terneuzen, Maasvlakte II en Eemshaven) in het plan-MER verder worden onderzocht en op basis van welke criteria. Op de concept-NRD kan iedereen reageren door een zienswijze in te dienen. Alle reacties en bijlagen zijn te vinden op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Toelichting en presentaties
Om de publicatie van de concept-NRD en het locatieonderzoek uit te leggen, organiseert het kabinet informatievoorziening voor de geintresseerden:
- Webinar over locatiebesluit, concept-NRD en technische haalbaarheidsstudies (met mogelijkheid tot vragen).
- Presentaties van experts gebruikt tijdens informatiebijeenkomsten (uitleg over de volgende fase, wat er onderzocht wordt en hoe inspraak werkt).
- Verslag informatieavonden met een overzicht van onderwerpen, vragen, zorgen en reacties uit de regio’s.
- De praatplaat over het participatietraject met een overzicht van de stappen in de projectprocedure, hoe die worden doorlopen en waar participatie plaatsvindt.
28 juli 2025: In zijn tweede advies constateert de gebiedsverbinder Knops dat het ministerie stappen heeft gezet in bedrijfsvoering en participatie rond het Rijk-Regiopakket Zeeland. Knops benadrukt dat het ministerie toegewerkt naar een voorlopig Rijk-Regiopakket bij de voorlopige locatiebesluit en een definitief pakket bij het uiteindelijke locatiebesluit. Daarnaast onderstreept hij het belang van samenhang en heldere verwachtingen in het proces.
17 oktober 2025: In de Kamerbrief informeert minister Hermans van Klimaat en Groene Groeie de Tweede en Eerste Kamer over het voornemen om Nucleaire Energie Organisatie Nederland (NEO NL) op te richten. Deze organisatie zal namens de overheid de voorbereiding, bouw en latere exploitatie van nieuwe kerncentrales organiseren.
De keuze voor een staatsdeelneming volgt uit de eerdere marktconsultatie en de technische haalbaarheidsstudies. Daaruit blijkt dat marktpartijen kerncentrales niet zelfstandig willen ontwikkelen vanwege de hoge investeringskosten, lange doorlooptijden en grote projectrisico’s.
Internationale ervaringen laten bovendien zien dat overheden vaak een centrale rol spelen als eigenaar of opdrachtgever. Met NEO NL wil het kabinet expertise bundelen, continuïteit organiseren en publieke belangen beter borgen bij de realisatie van nieuwe kerncentrales.
De keuze voor een staatsdeelneming sluit aan op de eerder gepubliceerde Kamerbrief waarin verschillende organisatievormen zijn verkend. Ter onderbouwing van het voorstel publiceert het kabinet diverse achterliggende documenten, waaronder een bedrijfsvoeringplan, conceptstatuten, financieringsstukken en een reactie van de Algemene Rekenkamer. Deze stukken geven inzicht in hoe publieke belangen, sturing en verantwoording binnen NEO NL worden geborgd.
17 oktober 2025: Het kabinet presenteert in een Kamerbrief de resultaten van meerdere verdiepende studies naar de rol van kernenergie in het toekomstige energiesysteem. Deze studies bouwen voort op eerdere marktconsultaties en technische haalbaarheidsstudies en vormen een volgende stap in de voorbereiding van de nieuwbouw van kerncentrales:
Systeemkostenanalyse
De systeemkostenanalyse is onderzocht om te begrijpen welke rol kernenergie kan spelen binnen een toekomstig klimaatneutraal energiesysteem. Uit de studie blijkt dat kernenergie in scenario’s met een sterk groeiende elektriciteitsvraag kostentechnisch vergelijkbaar kan zijn met energiesystemen die alleen leunen op wind op zee. Hoewel kerncentrales hoge investeringskosten hebben, zorgen hun stabiele productie en voorspelbaarheid voor lagere kosten elders in het systeem.Tegelijkertijd bevestigt de studie dat kernenergie geen vervanging is van zon en wind, maar een aanvulling daarop.
Deze inzichten worden gebruikt om beleidskeuzes over de samenstelling van het toekomstige energiesysteem te onderbouwen en om kernenergie op een vergelijkbare manier te wegen ten opzichte van andere klimaatneutrale opties.
Milieu-impactanalyse van verschillende energiemixen
Ook is onderzocht wat de milieu-effecten zijn van verschillende klimaatneutrale energiemixen. In deze analyse zijn scenario’s met uiteenlopende aandelen kernenergie, wind en zon met elkaar vergeleken op aspecten als ruimtegebruik, milieudruk en effecten op de leefomgeving.
Deze analyse wordt gebruikt als inhoudelijke onderbouwing voor de plan-MER en ondersteunt de latere afweging tussen locaties en ontwerpkeuzes binnen de projectprocedure.
Financiële analyse en financieringsmodellen
Ook is een financiële analyse uitgevoerd naar mogelijke financieringsmodellen. Deze bevestigt dat kerncentrales vanwege hun hoge investeringskosten en lange doorlooptijd waarschijnlijk niet zonder publieke betrokkenheid kunnen worden gerealiseerd. De inzichten uit deze studies worden gebruikt bij de verdere uitwerking van het Government Support Package en de volgende fase van het project.
4 december 2025: het ministerie van Klimaat en Groene Groei maakt bekend dat vanaf 14 oktober 2025 een grootschalig bewonersonderzoek is gestart naar de mogelijke bouw van twee nieuwe kerncentrales. Het onderzoek richtte zich op vier gebieden die in beeld zijn als mogelijke locatie: het Sloegebied (Borssele/Vlissingen-Oost), Terneuzen, Maasvlakte II en de Eemshaven.
Naast direct omwonenden, worden ook inwoners uit de provincies Zeeland, Zuid-Holland en Groningen betrokken bij het onderzoek.In totaal zijn 25.000 willekeurig geselecteerde huishoudens uitgenodigd om deel te nemen.
Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in de zorgen en kansen die bewoners zien bij de komst van kerncentrales, als aanvulling en toetsing van eerdere gesprekken en participatietrajecten. Het bewonersonderzoek vormt onderdeel van de voorbereiding van de (voorlopige) locatiebesluit door de ministers van Klimaat en Groene Groei en van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, die na de zomer van 2026 wordt voorzien.
In januari 2024 starten de eerste technische haalbaarheidsstudies naar de bouw van twee nieuwe kerncentrales in Nederland. Drie bedrijven voeren deze studies uit en onderzoeken ieder individueel of en hoe hun ontwerp in Nederland kan worden gerealiseerd. Met deze onderzoeken wil het ministerie van Economische Zaken en Klimaat een beter en realistischer beeld krijgen van de technische haalbaarheid, kosten en planning van nieuwbouw. Daarmee leveren de studies belangrijke informatie voor de besluitvorming over kernenergie in Nederland.
Vooraf stelt het Rijk een set uitgangspunten en opleveringseisen op. Deze documenten beschrijven de scope, randvoorwaarden en informatiebehoefte en vormen de basis waarop de technologieleveranciers hun technische haalbaarheidsstudies uitvoeren.
Na afronding van de studies beoordeelt onafhankelijke partij (third party review) de uitkomsten.
Beeld: © Ministerie van KGG
1 februari 2024: In de Kamerbrief informeert minister Jetten voor Klimaat en Energie de Tweede Kamer over de stand van zaken van de voorbereidingen voor de bouw van twee nieuwe kerncentrales. De brief bouwt voort op de routekaart uit december 2022 en werkt voorbereiden besluitvorming verder uit (fase 1). Hierin staat centraal hoe het kabinet Rutte IV toewerkt naar politieke besluitvorming over de start van de aanbesteding, een ontwerp-locatiebesluit en een voorlopig Rijk-Regiopakket.
Uitwerking routekaart
De minister bevestigt dat het nieuwbouwtraject is gericht op twee grote kerncentrales (ten minste >1.000 MW per centrale) en dat het traject is opgebouwd uit vier fases:
- Voorbereiden besluitvorming;
- uitvoeren aanbesteding,
- vergunningverlening
- bouw en ingebruikname.
In deze brief vult fase 1 verder in en benadrukt het kabinet dat een zorgvuldige voorbereiding noodzakelijk is om latere vertragingen en risico’s te beperken.
Op basis van de eerdere planningsanalyse van BCG kiest het kabinet ervoor om in fase 1 meerdere werksporen parallel te laten lopen om tempo te maken zonder aan zorgvuldigheid in te leveren. Het gaat om vier samenhangende werksporen:
- marktconsultatie (financiering en rol van de overheid);
- technische haalbaarheidsstudies (kosten, planning, veiligheid, vergunbaarheid en ruimtelijke inpassing);
- eerste fase van de projectprocedure (richting een concept-locatiebesluit);
- Rijk-Regiopakket (afspraken met de regio over randvoorwaarden en leefomgevingskwaliteit).
Deze werksporen zijn gezamenlijk voorwaardelijk voor het politieke besluit om de aanbesteding te starten. De brief maakt duidelijk dat besluiten over techniek, locatie, kosten, planning, financiering en regionale afspraken sterk met elkaar samenhangen en daarom in samenhang worden voorbereid.
De minister geeft aan meer tijd te nemen in fase 1 voor de marktconsultatie en de technische haalbaarheidsstudies. Volgens het kabinet vergroot deze keuze de kwaliteit van de uitvraag, verkleint het risico’s in latere fases en draagt bij aan een soepeler en mogelijk sneller aanbestedingsproces.
Daarnaast licht het kabinet toe dat fase 1 zal worden afgerond met:
- een ontwerp-locatiebesluit;
- een besluit over het starten van de aanbesteding;
- en een voorlopig Rijk-Regiopakket, dat in latere fases verder wordt uitgewerkt.
Tot slot kondigt de minister aan dat parallel aan deze inhoudelijke werksporen werkt aan de opbouw van een projectorganisatie, die nodig heeft om aanbesteding en vergunningverlening in volgende fases uit te voeren.
In februari 2024 start het kabinet-Rutte IV formeel de projectprocedure voor de bouw van twee nieuwe kerncentrales met de publicatie van het Voornemen en voorstel voor participatie (VenP). In de Kamerbrief van 29 februari 2024 meldt minister Jetten voor Klimaat en Energie dat met de publicatie van het VenP de ruimtelijke procedure start, waarmee het kabient werkt toe naar een besluit over de locatie van de twee kerncentrales. De procedure start met twee mogelijke gebieden: Borssele/Vlissingen-Oost (Sloegebied) en Maasvlakte I.
Het VenP beschrijft de opgave van het project en hoe stap voor stap van mogelijke gebieden naar concrete locaties toewerkt. Het ministerie onderzoekt deze locaties later in een plan-milieueffectrapport en een Integrale Effectenanalyse, die de basis vormen voor de voorkeursbeslissing over de locatie.
Tijdens de terinzagelegging van 23 februari tot en met 4 april 2024 kan iedereen reageren. Er kwamen 1.374 zienswijzen binnen, die zijn samengevat en beantwoord in een reactienota. Ter toelichting organiseert het ministerie van Economische Zaken en Klimaat ook een webinar. Daarnaast houdt het ministerie er vier fysieke informatiebijeenkomsten, verspreid over Zeeland en Zuid-Holland (Heinkenszand, Terneuzen, Oostvoorne en Vlaardingen), met een informatiemarkt en themagesprekken. Deze input wordt meegenomen bij het opstellen van de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (concept-NRD), waarin wordt vastgelegd welke locaties en effecten verder worden onderzocht.
28 februari 2024: de Tweede Kamer neemt de motie-Erkens aan, waarin de regering verzoekt om een scenario uit te werken met ten minste vier grote kerncentrales in 2040 en te starten met een herziening van het vestigings- en waarborgingsbeleid.
In reactie hierop zegt minister Jetten voor Klimaat en Energie toe dit scenario op te nemen in de eerstvolgende Energienota en de mogelijke herziening van het waarborgingsbeleid betrekt bij een volgende actualisatie van het Programma Energiehoofdstructuur (PEH).
Tegelijkertijd benadrukt de minister dat deze opschalingsambitie geen invloed heeft op de lopende projectprocedure voor twee nieuwe kerncentrales. Om overlap in participatie, onderzoeken en besluitvorming te voorkomen, pakt het ministerie een eventuele herziening van het waarborgingsbeleid pas op nadat duidelijkheid bestaat over de locatie van de twee kerncentrales die nu worden voorbereid. Dit betekent dat de motie wel het langetermijnambitieniveau verhoogt, maar geen wijziging brengt in de huidige projectprocedure. De voorbereiding en besluitvorming blijven voorlopig gericht op twee kerncentrales.
Later herhaalt de Tweede Kamer met de motie-Kops de oproep om in te zetten op vier kerncentrales en vraagt hij het kabinet expliciet om procedurele versnellingsmaatregelen uit te werken, met als doel de eerste nieuwe kerncentrale uiterlijk in 2035 operationeel te laten zijn. Deze motie versterkt het politieke streven naar kernenergie.
28 maart 2024: In de Kamerbrief informeert minister Jetten voor Klimaat en Energie de Tweede Kamer over de verkenning van een mogelijke staatsdeelneming voor de nieuwbouw van kerncentrales. De aanleiding hiervoor is een eerdere motie waarin de Kamer het kabinet oproept om te onderzoeken hoe de overheid een actievere rol kan spelen bij de uitrol van meer kernenergie.
In de brief licht de minister toe dat kernenergie in de praktijk moeilijk volledig aan de markt kan overlaten. De bouw van kerncentrales is kapitaalintensief, kent een lange doorlooptijd en brengt aanzienlijke aandachtspunten met zich mee, met name in de bouwfase. Internationale ervaringen laten zien dat nieuwe kerncentrales vrijwel altijd tot stand komen met een sterke rol van de overheid, vaak via een staatsbedrijf of overheidsdeelneming. Technologieleveranciers en financiers verwachten die betrokkenheid ook, omdat dit vertrouwen geeft dat de overheid mede verantwoordelijkheid en risico draagt.
Het kabinet verkent daarom een staatsdeelneming voor de nieuwbouw kerncentrales. Zo een organisatie kan worden ingezet voor het voorbereiden en uitvoeren van de aanbesteding, het contracteren van technologieleveranciers, het organiseren van vergunningverlening en het aansturen van de bouwfase.
10 april 2024: In de Kamerbrief informeert minister Jetten voor Klimaat en Energie de Tweede Kamer over de Borselse voorwaarden en de Zeeuwse voorwaarden voor de mogelijke nieuwbouw van twee kerncentrales. De gemeente Borsele en provincie Zeeland stellen deze voorwaarden op op basis van eigen participatietrajecten met inwoners en regionale stakeholders. De voorwaarden zijn later overhandigt aan minister Jetten.
In Borsele formuleert een gelote groep van honderd inwoners – de zogeheten Borselse Voorwaarden Groep – in totaal 39 voorwaarden geformuleerd voor grootschalige energieprojecten, waaronder kerncentrales. De provincie Zeeland stelt daarnaast via een brede online consultatie een aantal provinciale voorwaarden op. De voorwaarden gaan onder meer over de impact van de bouw en exploitatie op de leefomgeving, zoals hoogspanningsverbindingen, koelvoorzieningen, landschap, natuur en leefkwaliteit. Ze maken duidelijk onder welke randvoorwaarden de regio bereid is om verdere stappen te zetten in het traject richting mogelijke nieuwbouw.
Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat geeft een eerste inhoudelijke reactie aan de gemeente Borsele en de provincie Zeeland. In deze brief gaat het Rijk per thema in op de regionale voorwaarden en geeft het aan wat wel, nog niet of niet mogelijk is. Veel punten hangen af van vervolgbesluiten in de projectprocedure, zoals het locatiebesluit, uitkomsten van onderzoeken en het ontwerp van de kerncentrales.
Ter toelichting bij deze brief maakt het Rijk gespreksnotities openbaar gemaakt. Deze geven per voorwaarde nadere duiding over juridische, financiële en beleidsmatige randvoorwaarden en maken inzichtelijk waar in het proces (projectprocedure, vergunningverlening of Rijk-Regiopakket) verdere uitwerking kan plaatsvinden.
Het ministerie gerbuikt de voorwaarden en reacties als input voor het stapsgewijs opbouwen van het Rijk-Regiopakket, dat voorlopig stelt bij het voorlopige locatiebesluit en definitief bij het uiteindelijke locatiebesluit.
2 juli 2024: Bij de start van het kabinet-Schoof, richt het kabinet het ministerie van Klimaat en Groene Groei op. De taken rond klimaatbeleid, energietransitie en kernenergie worden daarmee afgesplitst van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, waar deze eerder onder de minister voor Klimaat en Energie vielen. Vanaf nu is het nieuwe ministerie van Klimaat en Groene Groei verantwoordlijk voor deze onderwerpen.
In de Kamerbrief van 11 september 2024 staat een samenhangende update over meerdere onderdelen binnen fase 1: voorbereiding van de besluitvorming. De locatieverkenning wordt verbreed, participatie wordt zichtbaar doorvertaald naar vervolgstappen en de concept-NRD wordt bevestigd als eerstvolgende formele mijlpaal in de besluitvorming.
Locatieonderzoek en waarborgingsbeleid
Minister Hermans van Klimaat en Groene Groei meldt dat de actualisatie van het vestigings- en waarborgingsbeleid heeft afgerond. Op basis hiervan betrekt het kabinet, naast de bestaande waarborgingsgebieden Borssele/Vlissingen-Oost en Maasvlakte I, ook Maasvlakte II en het grondgebied van de gemeente Terneuzen betrokken bij de verdere locatieverkenning. Deze uitbreiding volgt uit een herbeoordeling van historische locatieafwegingen met actuele inzichten over onder meer bevolkingsdichtheid, onderzoeken naar koelwater, netinfrastructuur en ruimtelijke ontwikkelingen. Het kabinet stelt als doel een projectbesluit te nemen dat juridisch robuust is en standhoudt bij de Raad van State.
Rijk-Regiopakket en regionale voorwaarden
De minister geeft aan dat er een intentieverklaring is ondertekent tussen Rijk, provincie en gemeente, waarin procesafspraken zijn vastgelegd om gezamenlijk toe te werken naar een Rijk-Regiopakket. Dit pakket is gericht op het verminderen van mogelijke negatieve effecten en het benutten van kansen voor de regio, mede in samenhang met andere grootschalige energieprojecten. Ter begeleiding van dit proces stelt een onafhankelijke gebiedsverbinder aan.
In het Hoofdlijnenakkoord en het Regeerprogramma van kabinet-Schoof zet het kabinet de beleidskoers voor de komende jaren uiteen, waarbij Kernenergie opnieuw een belangrijke plek binnen het energie- en klimaatbeleid krijgt.
Het kabinet bevestigt dat de voorbereidingen voor de bouw van twee kerncentrales voortzet. Het kabinet werkt toe naar een aanbesteding en een besluit over de rol van de Nederlandse overheid in de financiering van de bouw.
In lijn met eerdere verzoeken van De Tweede Kamer zet het kabinet in op totaal 4 kerncentrales. Aansluitend hierop neemt de Tweede Kamer een motie aan waarin de Kamer oproept de kernenergie-ambitie nog verder te verhogen.
In de Kamerbrief van 22 november 2024 geeft het kabinet een stand van zaken over de lopende voorbereiding van kerncentrales 1 en 2 en de genomen en geplande stappen in organisatieopbouw, financieringsvoorbereiding en locatieonderzoek. Het kabinet neemt geen definitieve besluiten over locatie, technologie of financieringsstructuur, maar de brief brengt de vervolgstappen richting besluitvorming in 2025 nader in beeld.
Koers en onderbouwing: van twee naar vier kerncentrales
Minister Hermans van Klimaat en Groene Groei licht toe dat kernenergie volgens het kabinet bijdraagt aan een robuust energiesysteem door leveringszekerheid en diversificatie. Het kabinet plaatst de keuze voor een derde en vierde kerncentrale in de bredere systeemvisie (o.a. NPE en de eerdere scenariostudies) en in het idee dat het bouwen van meerdere kerncentrales schaalvoordelen kan bieden. De lessen uit het traject voor de eerste twee centrales worden nadrukkelijk gezien als basis voor opschaling.
Stand van zaken werksporen
De brief actualiseert de voortgang langs de bestaande werksporen:
- Financiering: de resultaten van de marktconsultatie worden gedeeld en betrokken bij het uitwerken van de rol van de overheid in de financierings- en eigendomsstructuur. De minister benadrukt dat nieuwbouwprojecten internationaal doorgaans niet zonder substantiële overheidsbetrokkenheid tot stand komen. Besluitvorming over de wijze van deelname wordt in 2025 voorzien, met aandacht voor onder meer staatssteunregels.
- Technische haalbaarheidsstudies: de eerste fase van de studies door de technologieleveranciers is afgerond. Een onafhankelijke third-party review is gestart om resultaten te verifiëren en te vertalen naar de inrichting van de aanbesteding en de benodigde ‘owner’s scope’.
- Projectprocedure (locatieonderzoek): de verwerking van de 1.374 reacties op het Voornemen en voorstel voor Participatie loopt door richting de concept-NRD. Daarnaast meldt de minister dat Eemshaven op basis van inhoudelijke criteria als mogelijk gebied naar voren komt. Tegelijk wordt juridisch onderzocht of (en op welke gronden) Eemshaven buiten het locatieonderzoek kan worden gelaten, gelet op regionale gevoeligheden, zonder onaanvaardbare vertraging of risico’s.
- Rijk-Regiopakket: het proces met Zeeland wordt vervolgd op basis van de intentieverklaring en met inzet van de gebiedsverbinder. De minister benadrukt de samenhang met andere grote ruimtelijke opgaven en het belang van een integrale benadering.
Opbouw projectorganisatie
De brief bevestigt nogmaals dat voor de contractering en uitvoering een zelfstandige entiteit nodig heeft en dat de voorbereiding daarop is gestart via een projectorganisatie in opbouw. Een kwartiermaker is aangesteld en er wordt gewerkt aan het aantrekken van expertise.
22 november 2024: Het kabinet voert een marktconsultatie uit naar de financiering en eigendomsstructuur van nieuwe kerncentrales. Deze bestaat uit een analyse van internationale nieuwbouwprojecten door EY en een verkenning van private financieringsmogelijkheden door BNP Paribas, op basis van gesprekken met technologieleveranciers, banken, pensioenfondsen en andere investeerders.
Het doel van de consultatie is om inzicht te krijgen in welke rol de Nederlandse overheid moet spelen om kerncentrales financieel realiseerbaar te maken. De belangrijkste conclusie is dat nieuwbouw van kerncentrales internationaal niet zonder substantiële overheidsdeelname tot stand komt, met name vanwege hoge aanloopkosten en risico’s in de bouwfase. Private financiering is mogelijk, maar vooral in latere fases en alleen in combinatie met overheidssteun.
De resultaten vormen de basis voor het uitwerken van een Government Support Package (GSP) en worden gebruikt voor besluitvorming in 2025 over de rol van de overheid in financiering en eigendom, voorafgaand aan de aanbesteding.
18 december 2024: Minister Hermans van Klimaat en Groene Groei stelt Raymond Knops aan als onafhankelijk gebiedsverbinder voor het Rijk-Regiopakket Zeeland. Zijn rol is om het proces tussen het ministerie, de provincie Zeeland en betrokken gemeenten te begeleiden en te adviseren over samenwerking, participatie en voortgang. In zijn eerste advies wees hij op spanningen tussen regionale verwachtingen en de formele projectprocedure en op de samenhang met andere grote energieprojecten in het Sloegebied.
29 juni 2023: In de Kamerbrief informeert minister Jetten voor Klimaat en Energie de Tweede kamer over de voortgang in de eerste fase van het traject voor de bouw van twee nieuwe kerncentrales. Het kabinet beschrijft hoe de voorbereiding van het tenderproces verder verloopt, onder meer door het opstarten van technische haalbaarheidsstudies met mogelijke technologie leveranciers en een marktconsultatie over financierings- en samenwerkingsvormen.
Het doel is om vroegtijdig inzicht te krijgen in technische haalbaarheid, kosten, planning en risico’s, zodat latere besluitvorming goed onderbouwt kan worden.
In 2022 zet het kabinet Rutte IV de eerste concrete stappen om het coalitieakkoord over kernenergie uit te werken. In de Kamerbrieven van juli, september en december bundelt het kabinet de uitkomsten van de eerste uitgevoerde studies en legt het uit hoe deze studies worden gebruikt voor het project.
Op basis van de studies werkt het kabinet de route richting de nieuwbouw van twee kerncentrales uit, inclusief een voorkeursrichting voor techniek en locatie. Daarnaast licht het kabinet toe hoe besluitvorming, procedures, publieke belangen, participatie, financiering en planning in samenhang worden voorbereid voor de volgende fases.
26 september 2022: De scenariostudie (Witteveen+Bos, eRisk Group, HCSS) verkent met modellen welke rol kernenergie kan spelen in het Nederlandse energiesysteem richting 2030–2050. De centrale vraag is: wat de impact is van circa 3 GW kernenergie vanaf 2035 en hoe dit doorklinkt onder verschillende aannames over vraagontwikkeling, kosten en beleidskeuzes.
De studie laat zien dat kernenergie in meerdere scenario’s een substantiële rol kan vervullen als basislast en dat de omvang en inzet sterk afhangen van keuzes over zelfvoorziening, kostenontwikkeling, beheersing van bouwtijd/budget en ontwikkelingen in omringende landen.
Een terugkerende conclusie is dat actieve betrokkenheid van de rijksoverheid in de ontwikkel- en financieringsfase belangrijk is om nieuwbouw mogelijk te maken. De uitkomsten dienen daarmee als inhoudelijke onderbouwing voor vervolgstappen in het nieuwbouwtraject en de bredere systeemafweging richting het NPE.
26 september 2022: Het rapport over financieringsmodellen: 'European Nuclear Power Plant case studies' voor kerncentrales publiceert gebaseerd op casestudies van vier landen (Polen, Finland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk). Het onderzoek brengt op in kaart welke financieringsstructuren daar worden toegepast, welke ervaringen zijn opgedaan en welke valkuilen optreden.
De inzichten uit deze internationale voorbeelden worden gebruikt om te beoordelen welke financieringsmodellen mogelijk toepasbaar zijn in Nederland en vormen input voor verdere beleidsontwikkeling over de rol van de overheid in het beperken van risico’s en financieringslasten bij nieuwe kerncentrales.
Uit de studies blijkt dat kerncentrales niet uitsluitend door de markt kunnen worden gefinancierd. Het kabinet concludeert dat actieve betrokkenheid van de overheid nodig is om risico’s en financieringskosten te beperken. In dit kader verwijst het kabinet naar reserveringen in het Klimaatfonds en reeds vrijgemaakte middelen voor onderzoeken en milieueffectenrapportage (mer-trajecten).
Als vervolgstap zet het kabinet Rutte-IV in op aanvullende marktconsultaties en vervolgonderzoeken die moeten uitwijzen welke financieringsvorm het best past bij de Nederlandse situatie, inclusief staatssteunaspecten.
7 september 2022: Het Rli-advies: 'Splijtstof? Besluiten over kernenergie vanuit waarden' richt zich op wat nodig is voor een gedragen en goed onderbouwd besluit over kernenergie richting een CO₂-neutraal energiesysteem in 2050.
De Raad benadrukt dat besluitvorming snel moet plaatsvinden (tijd tot 2050 is beperkt), maar dat snelheid niet ten koste mag gaan van zorgvuldigheid en stabiliteit, mede gezien de historische grilligheid van het Nederlandse kernenergiebeleid. Centraal staat dat kernenergie niet alleen een technisch vraagstuk is, maar ook draait om publieke waarden en maatschappelijk draagvlak.
De Rli benoemt vijf waarden die het debat structureren:
- energiezekerheid;
- betaalbaarheid;
- veiligheid;
- duurzaamheid
- rechtvaardigheid (in proces en verdeling van lusten/lasten, inclusief intergenerationele vragen).
Daarbij pleit de Rli ervoor het perspectief van burgers serieus mee te wegen, inclusief de brede groep zonder uitgesproken mening en noemt zij onder meer de mogelijkheid van een burgerforum over het toekomstige energiesysteem. Ook adviseert de raad om de kennisbasis te versterken, onder andere met een rol voor een nog op te richten klimaatraad als wetenschappelijk intermediair.
In de kabinetsappreciatie stelt het kabinet dat het de kernlijn van het advies onderschrijft: kernenergie moet worden bezien in samenhang met het energiesysteem als geheel en wordt gekoppeld aan het NPE als kader voor integrale systeemkeuzes. Het kabinet onderschrijft ook dat besluitvorming niet alleen technische kennis vraagt, maar ook ethische weging langs publieke waarden en plaatst de vijf Rli-waarden naast het eigen afwegingskader. Publieke belangen die in het NPE zijn uitgewerkt en worden verbreed met leefomgevingskwaliteit en maatschappelijke betrokkenheid.
Op participatie benadrukt het kabinet Rutte-IV dat burgerperspectieven moeten worden meegewogen, inclusief de “middengroep”. Vooraf moet helder zijn welke ruimte participatie heeft en wat er met uitkomsten gebeurt.
Als concrete opvolging verwijst het kabinet naar het participatie- en communicatieplan dat later wordt gepubliceerd. Het kabinet werkt in een bijlage over publieke belangen uit hoe maatschappelijke waarden en participatie worden meegewogen in het vervolgtraject.
23 november 2022: De Tweede Kamer neemt meerdere moties aan over kernenergie. De Kamer spreekt uit dat zij wil dat het kabinet vaart maakt met de voorbereiding van nieuwe kerncentrales. De Tweede Kamer roept de Kamer op om meer geld voor kernenergie beschikbaar te stellen en om het bouwproces te versnellen. Daarnaast vraagt de Kamer om duidelijke afspraken te maken met de provincie Zeeland over de bouw van nieuwe kerncentrales. Met deze moties geeft de Kamer het kabinet een duidelijke opdracht om sneller en doelgericht te werken aan de voorbereiding van kernenergie.
9 december 2022: In de Kamerbrief informeert minister Jetten voor Klimaat en Energie hoe het kabinet, op basis van de uitgevoerde studies en adviezen, het traject richting de bouw van twee nieuwe kerncentrales vervolgt. Waar eerdere brieven vooral gaan over het starten en opleveren van onderzoeken, maakt deze brief inzichtelijk hoe de uitkomsten daarvan gebruikt worden voor keuzes over proces, planning en rolverdeling.
De brief bouwt voort op onder meer de scenariostudie, de financieringsstudie, de marktconsultatie van KPMG, het Rli-advies en de planningsanalyse van BCG. Deze studies vormen samen de inhoudelijke basis voor de inrichting van het nieuwbouwtraject en voor latere besluitvorming, onder andere binnen het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE).
Op basis van de studies presenteert het kabinet een routekaart met vier opeenvolgende fasen:
Fase 1 – Voorbereiden besluitvorming (2022–2024)
In deze fase werkt het kabinet toe naar besluitvorming over de belangrijkste randvoorwaarden voor nieuwbouw: techniekkeuze, locatie, invulling van de milieueffectenrapportage (mer-procedure), financiering en de rol van de overheid, en de opzet van het tenderproces. Tegelijk verkte het kabinet hoe een passende programma-organisatie moet worden ingericht. Het kabinet gaat ervan uit dat de rijksoverheid hierin een grote rol krijgt en onderzoekt een aparte, doelgerichte organisatie, geïnspireerd op internationale voorbeelden.
Fase 2 – Voorbereiden en uitvoeren tender (2023–2025)
In deze fase bereidt het kabinet het aanbestedingsproces voor en voert dit uit. In lijn met de BCG-analyse zet het kabinet in op vroege betrokkenheid van technologieleveranciers. Dit gebeurt via technische haalbaarheidsstudies en marktconsultaties over financierings- en samenwerkingsvormen. Het doel is om eerder duidelijkheid te krijgen over kosten, doorlooptijd en commerciële haalbaarheid, zodat het tenderproces realistischer kan worden ingericht.
Fase 3 – Vergunningverlening (2025–2028)
Deze fase omvat de vergunningverlening op grond van de Kernenergiewet door de ANVS, met parallel vooroverleg met mogelijke kandidaten om vertraging te voorkomen. Het kabinet erkent dat dit veel vraagt van de toezichthouder en dat uitbreiding van capaciteit nodig is. Voor ruimtelijke en milieubesluiten wordt uitgegaan van toepassing van de Rijkscoördinatieregeling. De doorlooptijd wordt indicatief geschat op circa drie jaar, exclusief mogelijke bezwaar- en beroepsprocedures.
Fase 4 – Bouw en ingebruikname (2028–2035)
In deze fase worden de kerncentrales gebouwd en in gebruik genomen. Het kabinet gaat uit van een bouwtijd van ongeveer zes tot acht jaar tot ingebruikname van de eerste centrale. Daarbij gaat het kabinet uit van seriebouw van twee generatie III+ reactoren op één locatie.
9 december 2022: Op basis van de uitgevoerde studies spreekt het kabinet Rutte-IV in de Kamerbrief een voorkeursrichting uit. Het kabinet zet in op de bouw van twee generatie III+ reactoren en benoemt Borssele als voorkeurslocatie. Daarbij benadrukt het kabinet dat dit geen definitief besluit is en dat formele keuzes pas volgen na afronding van de wettelijke procedures. Generatie IV-reactoren (ofwel SMR's) worden niet meegenomen vanwege verwachte marktrijpheid pas na 2040. Voor locaties sluit het kabinet aan bij het bestaande waarborgingsbeleid.
De techniekkeuze wordt onderbouwt met drie uitgangspunten: voldoende vermogen en regelbaarheid, haalbaarheid door inzet van bewezen technologie en veiligheid volgens Europese en Nederlandse normen.
De Tweede Kamer verzoekt het kabinet in een motie om Eemshaven niet te overwegen voor de bouw van kerncentrales. Maasvlakte I neemt het kabinet mee als alternatief in de mer. Het kabinet motiveert Borssele als voorkeurslocatie vanuit bestaande nucleaire infrastructuur en aanwezige kennis. Dit is geen definitief loatiebesluit.
Voor een definitief locatiebesluit is eerst een milieueffectenrapportage (mer-procedure) nodig.
9 december 2022: De BCG planninganalyse laat zien dat de planning voor de bouw van twee nieuwe kerncentrales complex is en gevoelig voor vertragingen en kostenoverschrijdingen. Op basis van ervaringen met recente kerncentrales in andere landen concludeert BCG dat vertragingen in één fase (zoals organisatie, financiering, aanbesteding of vergunningverlening) direct doorwerken in het hele traject.
Veel stappen lopen bovendien tegelijk, waardoor keuzes over techniek, locatie, contractvorm en financiering sterk met elkaar samenhangen.
Om risico’s te beperken adviseert BCG om in de eerste jaren twee dingen te doen: ten eerste vroeg en gestructureerd in gesprek gaan met mogelijke technologieleveranciers over wat technisch, financieel en organisatorisch haalbaar is. Ten tweede uitvoeren van technische haalbaarheidsstudies uit met meerdere leveranciers al in vroeg stadium.
Dit geeft sneller duidelijkheid over kosten, doorlooptijd en aanpassingen aan Nederlandse regels en locaties. Het vormt de basis voor een realistische routekaart, aanbesteding en vergunningaanpak.
In de periode 2019 tot en met november 2021 keertkernenergie geleidelijk terug in het Nederlandse debat als onderwerp van verkenning. De documenten en besluiten uit deze periode vormen samen de vastgelegde stappen waarin kernenergie onderwerp is van onderzoek, marktverkenning en parlementaire aandacht, voorafgaand aan het coalitieakkoord van december 2021.
26 juni 2019: De Tweede Kamer neemt een motie aan waarmee het kabinet Rutte-IV verzocht wordt te onderzoeken welke rol kernenergie kan spelen in de Nederlandse energiemix.
22 september 2020: Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat biedt een onderzoeksrapport: 'Possible role of nuclear in de Dutch energy mix in the future' aan de Tweede Kamer. Het rapport onderzoekt de mogelijke inzet van kernenergie richting 2040 en vergelijkt kernenergie met andere CO₂-arme elektriciteitsbronnen. Het onderzoek concludeert dat nog meer kernenergie een belangrijke rol kan spelen in de Nederlandse energiemix en dat kernenergie, onder bepaalde voorwaarden, kosteneffectief is.
7 juli 2021: Het kabinet Rutte-III presenteert in een Kamerbrief de resultaten van de uitgevoerde marktconsultatie. Uit de consultatie blijkt dat marktpartijen in principe geïnteresseerd zijn in kernenergie, maar dat grootschalige investeringen alleen mogelijk worden geacht bij duidelijke langjarige overheidsbetrokkenheid, risicodeling en helderheid over randvoorwaarden zoals financiering, vergunningverlening en het locatiebesluit. Het kabinet gebruikt deze uitkomsten om te bepalen welke rol de overheid zou moeten spelen bij eventuele vervolgstappen.
Met dit rapport geeft het kabinet invulling aan een motie van de Tweede Kamer uit september 2020, waarin het kabinet wordt gevraagd om bij marktpartijen te verkennen onder welke voorwaarden zij bereid zouden zijn te investeren in kerncentrales in Nederland.
15 december 2021: Het kabinet-Rutte III legt in het coalitieakkoord voor het eerst vast dat kernenergie onderdeel wordt van het Nederlandse energiebeleid. Kernenergie wordt genoemd als aanvulling op zon, wind en geothermie.
Het kabinet geeft aan de benodigde stappen te zullen zetten voor de bouw van twee nieuwe kerncentrales in Nederland. In het coalitieakkoord staat dat de overheid marktpartijen zal faciliteren bij hun verkenningen, innovaties zal ondersteunen, tenders voor de bouw zal voorbereiden, de mogelijke financiële rol van de overheid zal bekijken en wet- en regelgeving waar nodig zal aanpassen. Met deze afspraken wordt het traject richting de nieuwbouw van kerncentrales expliciet vastgelegd als onderdeel van het regeringsbeleid.
Beeld: © Het splijtstofopslagbassin kerncentrale
splijtstofbassin